Inrichting woonhuis

Ik moet toch wel toegeven dat er – als mijn zijnde – een aantal dingen zijn die ik graag overlaat aan de vrouw. Een van die dingen is de inrichting van een woonhuis. Dat vind ik zo cruciaal en belangrijk, dat ik ook wel weet dat ik dat beter over kan laten aan degene die daar meer verstand van heeft dan ik. Overigens denken bijna alle mannen er ook wel zo over hoor, wij mannen ‘zien’ de subtiele mooie decoraties en accessoires die alles tot een heel mooi geheel maken, gewoon veel minder dan dat vrouwen dat allemaal zien. Op de vraag: welke gordijnen vind je mooi, zegt een man altijd: kies jij maar. Dat is enerzijds omdat wij die details niet erg interessant vinden, maar anderzijds zeggen we dat ook omdat we dondersgoed weten dat we dit beter maar niet zelf kunnen beslissen. De inrichting van een woonhuis is dus iets wat vrouwen op zich nemen, en dat is maar goed ook.

 

Duit in het zakje

Toch ga ik nu een dappere poging wagen om er wat verstandige woorden over te zeggen. Daarbij kan ik perfect wat eigen ervaring gebruiken van hoe het er hier uitziet. De lievelingskleur van de vrouw des huizes is namelijk een fel gifgroene kleur. Dit is subtiel – maar ook duidelijk zichtbaar – terug verwerkt in de kleur van de kussens in de bank en de potten waarin de planten staan. En ik moet toegeven – na wat gewenning – dat het allemaal best wel mooi bij elkaar past. Omdat de kleur licht is, komt de kleur vrij subtiel, dat wil zeggen: rustig, over en dat komt het interieur wel ten goede. Verder zijn de muren en grote meubels hier licht van kleur, waardoor de woonkamer – waar het in dit geval over gaat – een erg ruimtelijke uitstraling krijgt. Zaken waar ik als man zijnde niet op was gekomen, dus ik laat de vrouw dit graag doen.

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *